“Ik miste waarden als onderling respect, vertrouwen en cohesie”

Enkele weken geleden verraste Chris Ghysels vriend en vijand door zich, letterlijk enkele minuten voor de voorzittersverkiezing, terug te trekken als bondsvoorzitter bij onze Belgische schaakbond. Daardoor lag de weg volledig open voor Günther Delhaes om een tweede ambtstermijn aan te vatten.

Veel meer wisten u, aandachtige schaakfan, betrokkene en lezer van deze website, en wij, redactieleden, ook niet. Maar een gesprek kan wonderen doen: Schaakfabriek zat uitgebreid aan tafel met Ghysels over de afgelopen, soms woelige, jaren en natuurlijk over zijn stap terug bij de schaakbond. Een interview en veel meer zelfs: een klein schaaktestament…

“There is more in life”

In juni 2009, na een korte periode als interimbondsvoorzitter, werd Chris Ghysels officieel aangesteld als de nieuwe “man van de hoop”, de Obama voor de gezondheidszorg, de ‘Yes, we can’ voor aan lager wal geraakte Amerikanen. Dat is natuurlijk overdreven journalistenpraat, maar toch was het moment van zijn komst er een waarin de bond in een niet al te stabiele situatie was beland. Hij was enkele maanden eerder aan het roer van de bond komen te staan, toen Günther Delhaes er niet in slaagde het vertrouwen te krijgen van de volledige algemene vergadering. Vol hoop en nieuwe ambities begon de Gentenaar aan zijn eerste ambtsperiode. Tot het noodlot toesloeg: A.M. haalde de bondskas leeg en plots was Ghysels in één klap crisismanager, in plaats van beleidsman.

Een drietal jaar later is die hectische periode – ongeveer – achter de rug en verkoos Ghysels het ruime sop, zoals men dat in zeelievende kringen wel eens zegt. Hij stelde zich geen kandidaat meer en verdwijnt daarmee van het schaakpolitieke spectrum. Het meest opvallende aan die beslissing was de timing, net voor de verkiezing, en ook wel het feit dat weinig tot geen betrokkenen ervan op de hoogte waren. Tot vandaag dus een beslissing die door sluiers mist bedekt werd. Tot vandaag…

“Net zoals kandideren was terugtreden als kandidaat voor mij alleszins geen impulsieve actie. Het tijdstip waarop, letterlijk net voor de start van de voorzittersverkiezing, zal uiteraard de meeste aanwezigen verrast hebben – in positieve of negatieve zin. Het verloop van de algemene vergadering werkte als een soort katalysator, het verhaal van de druppel en de emmer, maar zo een beslissing komt zelden helemaal uit de lucht vallen”, begint Ghysels zijn verhaal. “Maar de echte redenen gaan natuurlijk veel dieper. Ik heb om te beginnen – en dat was zeker niet uit tactische overwegingen – vrij lang geaarzeld om voor een nieuw mandaat te gaan. Na bijna drie jaar leergeld weet je wel ongeveer wat de job inhoudt – voor jezelf en voor je huisgenoten. Het gaat tenslotte om een niet te onderschatten engagement: ik heb veiligheidshalve de uurtjes niet geteld. Alleszins belangrijk genoeg om niet over één nacht ijs te gaan en vooral een eerlijk antwoord te zoeken op de vraag of je dit (nog) verantwoord vindt. De weegschaal helde uiteindelijk ‘positief’ (= pro kandidatuur) over. De meest zwaarwegende factoren: een plotse, maar zeer welkome toevloed van gemotiveerde en bekwame kandidaat-bestuurders en het perspectief dat de broodnoodzakelijke structurele hervorming van de KBSB nu eindelijk in de laatste rechte lijn zat.”

Chris Ghysels, links in beeld genietend van de live-uitzendingen tijdens het VK enkele jaren geleden: "Ik dacht dat iedereen op dezelfde lijn zat. Ik vrees dat ik wat dat betreft een inschattingsfout gemaakt heb."

SF: Liep het daar dan mis?
“Wat dat laatste betreft heb ik geen echt correcte inschatting gemaakt, vrees ik. De discussie over de hervorming van de KBSB sleept al jaren aan, maar na volgens mij goed voorbereidend werk van een daartoe samengestelde commissie leken we in maart 2011 goed op weg om op basis van het bereikte preakkoord tot sluitende afspraken te komen. Dat viel in de praktijk behoorlijk tegen. De VSF vroeg en kreeg ruim tijd om de commissievoorstellen verder te analyseren en voorstellen tot bijsturing te formuleren. Ik moest een paar weken voor de algemene vergadering – tot mijn ontgoocheling – vaststellen dat er ongeveer zes maanden later over bepaalde punten nog steeds geen duidelijk antwoord is over de positie van de VSF. Er zullen wel verzachtende omstandigheden zijn voor zoveel vertraging maar bevorderlijk voor het onderlinge vertrouwen is zoiets zeker niet. Eerder een gemiste kans: de resterende verschillen tussen de taalfederaties waren volgens mij al bij al niet zo groot en best overbrugbaar – als je tenminste bereid en klaar bent om die dialoog aan te gaan.”
SF: En dat aspect miste je?
Ghysels: “Over de taalgrenzen heen is er al jaren lang een diepe frustratie over de logheid van de besluitvorming bij de KBSB: dat is vooral schrijnend bij de wedstrijdreglementen. Elke wijziging van om het even welk punt uit de interclubreglementen moet de goedkeuring krijgen van een algemene vergadering. Naast een ‘gewone’ meerderheid is daarvoor dan nog eens minimaal 1/3 van de stemmen in de beide grootste taalfederaties nodig. Dat kan en moet eenvoudiger en democratischer! Er was een voorstel van de Duitstalige federatie om de raad van bestuur de primaire bevoegdheid te geven voor de aanpassing van de wedstrijdreglementen. Gekoppeld aan de voorwaarde dat 80 % van de aanwezige bestuursleden de wijziging goedkeurt en met een bekrachtiging op de eerstvolgende algemene vergadering. Het voorstel haalde een ruime meerderheid (op 55 stemmen 35 pro, 15 tegen en 5 onthoudingen), maar raakt niet aangenomen vanwege te weinig prostemmen aan Vlaamse kant. Het is helaas geen unicum: ik heb op de algemene vergaderingen in het voorbije decennium tientallen goede en zeer ruim ondersteunde voorstellen zien sneuvelen omwille van dit blokkeermechanisme.”
SF: De paralellen met onze politieke wereld zijn duidelijk. Laat ik dan maar een argument gebruiken waar ons huidige politieke systeem dikwijls mee verdedigd wordt: is het niet logisch dat een bepaalde ‘kant’, om het lelijk te zeggen, er voor kan zorgen dat zij niet door de andere twee wordt buitengesloten?
Ghysels: “Je moet een en ander wel in een historisch perspectief plaatsen. De regel is destijds in de statuten opgenomen om de twee grote taalfederaties een verregaande ‘bescherming’ te garanderen tegen ongewenste acties ‘van de overkant’. Mijn appreciatie is dat het wantrouwen tussen de taalgemeenschappen binnen de schaakwereld tien jaar geleden veel sterker was dan nu. Tegenwoordig zijn bijna alle schaakverantwoordelijken tot het besef gekomen dat die goedbedoelde beschermingsregel vooral een vertragend en zelfs verlammend effect heeft. Pogingen om dit fundamenteel te veranderen zijn er genoeg. Er is mijns inziens ook een vrij grote consensus gegroeid over de manier waarop we de bond willen hervormen: de commissievoorstellen voor nieuwe statuten waren daar een eerste concreet resultaat van. Als goede democraten moeten we ons voorlopig neerleggen bij de uitkomst van zo een stemming (de statuten zijn nog altijd wat ze zijn), maar het valt nauwelijks uit te leggen aan de gewone schaker. Tot de goedkeuring van nieuwe statuten en andere reglementen blijven we nog maar eens zitten met een berg frustraties en ontgoochelingen – niet enkel bij de indieners van voorstellen.”
SF: Heeft dat aspect je overwegend positieve belissing tot herkandidering doen hellen naar de eerder negatieve kant?

Ghysels, hier op de foto met meervoudig Belgisch kampioen Mher Hovhanisian: "Hervormingen zijn noodzakelijk!"

Ghysels: “Het verloop van de voorbije algemene vergadering heeft mijn twijfels over de zin van een mandaatverlenging inderdaad alleen maar versterkt. Ik vind enkele basisvoorwaarden essentieel om als voorzitter zinvol werk te kunnen leveren. Je moet ten eerste kunnen rekenen op voldoende basisvertrouwen: niet alleen binnen de bestuursploeg, maar ook in de relatie met de leden van de KBSB (in eerste instantie de taalfederaties dus). Dat houdt voor mij onder andere in dat je problemen tijdig signaleert en aanpakt op het niveau waar ze thuishoren. De leden van de algemene vergadering hebben ruim op voorhand de zeer lijvige agenda ontvangen: daarbij zaten gelukkig ook de jaarverslagen van de meeste bestuursleden. Eddy De Gendt merkte terecht op dat het de efficiëntie van de vergadering zou bevorderen indien de leden van de AV vooraf hun vragen aan beheerders zouden formuleren. Op die manier kan inderdaad een open en eerlijke dialoog tot stand komen en kunnen we ons concentreren op de essentie van de zaak. Zoals bij vorige gelegenheden kon ik me zaterdag niet van de indruk ontdoen dat sommigen voorbijgaan aan de functie van een algemene vergadering en te gemakkelijk toegeven aan de neiging om de agenda persoonlijk bij te sturen.”

“Ik hecht ook zwaar aan ieders bereidheid om loyaal en respectvol samen te werken: dat geldt voor alle leden van het bestuur (dus ook de niet-verkozen medewerkers). Je kunt het vanzelfsprekend grondig oneens zijn met genomen beslissingen of een moeilijke relatie hebben met bepaalde collega’s. Als die verschillen te diep worden, trek je daar best je conclusies uit. Het lijkt mij alvast weinig opportuun om als lid van een bestuur openlijk oppositie te voeren tegen beslissingen van datzelfde bestuur. Om eerlijk te zijn miste ik die waarden als onderling vertrouwen, respect en cohesie de laatste tijd steeds meer in de schaakbusiness. Dat is gewoon een vaststelling en zeker geen verwijt ten aanzien van personen of instanties. Mijn voorraadje geduld en goede wil is echter stilaan opgebruikt en het leek me dan ook verstandiger en eerlijker ten opzichte van mezelf en mijn huisgenoten om te passen voor een verlengde opdracht. “There’s more in life”.”
SF: Je bent, als we het historisch bekijken, misschien niet zo heel lang voorzitter geweest, maar ik denk dat het duidelijk is dat je wel een – voor de Belgische schaakbond dan – historische voorzitter bent geworden. Jouw naam zal altijd verbonden blijven aan de beruchte financiële crisis, die ontstond nadat de penningmeester van dienst blijkbaar het woord fraude in de schaakwereld had toegepast. Hoe kijk jij eigenlijk terug op die hectische periode?
Ghysels: “Goh, met de bekende ‘gemengde gevoelens’, veronderstel ik, maar alleszins zonder rancune of kwaadheid. “To look back in anger” is trouwens niet mijn stijl. Wijlen Tony Corsari presenteerde zowat een halve eeuw geleden op de toenmalige BRT zowel het muziekprogramma ‘Ontdek de ster’ als de quiz ‘100.000 of niets’: ik zou mijn ambtsperiode niet graag associëren met een van beide titels!”
SF: …
Ghysels: “Ik bedoel dat de zaken vanzelfsprekend heel anders verlopen zijn dan verwacht. Bij mijn aantreden als voorzitter in de zomer van 2009 dacht ik een vrij goed beeld te hebben van wat me te wachten stond en leek de tijd rijp om met een stevige en ervaren equipe aan de slag te gaan. Niet lang na de wittebroodsmaanden kwam de koude douche in de vorm van de bekende fraudezaak. Niet de meest prettige erfenis uiteraard: de feiten speelden zich grotendeels af van voor mijn tijd als voorzitter. Een pijnlijke schok – ook op persoonlijk vlak. Het is mij alvast weinig overkomen dat ik zo onverwacht en zo grondig dooreen geschud ben. Ik beschouw het ook ergens als een nuttige les in bescheidenheid. Je denkt iemand vrij goed te kennen, je waardeert elkaar, je praat op weg van of naar de zoveelste vergadering met elkaar ook over andere dingen dan schaken (muziek, poëzie,…) en dan blijkt die persoon toch heel anders en vooral veel complexer in elkaar te zitten.”

Chris Ghysels: "De periode waarin we de financiële problemen moesten oplossen, waren een van mijn hoogtepunten. Het was constructief en alle goede wil en potentieel die er aanwezig is in de schaakwereld, kwamen spontaan naar boven."

SF: Heb je eigenlijk toen ooit aan ontslag gedacht? Die timing was ergens wel logisch geweest, niet?
Ghysels: “Na de verwerking van die eerste schok heb ik toch vrij snel de knop omgedraaid en mijn verantwoordelijkheid als ‘crisismanager’ opgenomen. In de maanden daarna las ik heel af en toe commentaren als “iedereen zal wel boter op het hoofd hebben bij het bestuur”, “de voorzitter en/of het hele bestuur treft weliswaar geen schuld, maar zij geven best toch hun ontslag als signaal”. Ik vind nog altijd dat het van veel minder verantwoordelijkheidszin zou hebben getuigd om op dat crisismoment de handdoek in de ring gooien. Zelfs het voortbestaan van de KBSB stond eind 2009 even onder zware druk. De kas bleek letterlijk tot op de bodem leeg en de bond had schulden in te lossen ten opzichte van binnen- en buitenlandse instanties en personen (o.a. een paar bestuursleden die ter hulp waren geschoten om de meest dringende verplichtingen te kunnen nakomen). We leefden in de turbulente dagen net na de ontdekking van de fraude onder een quasi permanente hoogspanning: hoe groot was de aangerichte schade en welke lijken (onbetaalde schulden) konden nog meer uit de kast vallen? Ik kan gelukkig de meervoudsvorm ‘we’ gebruiken: er kwamen al snel van zowat overal signalen van sympathie en solidariteit. Ondanks die welgekomen steun draag je het zwaarste gewicht van zo een crisis uiteindelijk met een zeer beperkt aantal personen: dat kan wellicht ook niet anders. De intense constructieve samenwerking met dat kleine groepje ‘puinruimers’ (de direct betrokkenen kennen wel de namen) beschouw ik als een van de meest positieve ervaringen van mijn bestuurstermijn. Net zoals de talrijke en doorgaans erg prettige contacten met de vrienden aan de andere kant van de taalgrenzen. Je kunt niet heen om de verschillen in stijl en prioriteiten van de Nederlands- , Frans- en Duitstalige schaakgemeenschappen. Toch is het mijn overtuiging dat de gebeurtenissen van de laatste jaren ons een stuk dichter bij elkaar hebben gebracht: de legendarische communautaire spanningen van weleer behoren – hopelijk definitief – tot het verleden.”
SF: Zo meteen ga je nog zeggen dat die crisis goed is geweest voor de Belgische bond?
Ghysels: “Wel, op een bepaalde manier is de hele crisis misschien echt heilzaam geweest voor de KBSB. Het heeft ons bijvoorbeeld gedwongen om onze werking kritisch in vraag te stellen, courante acties/procedures als minder vanzelfsprekend te beschouwen en keuzes te maken. Dat is op het ene terrein al beter gelukt dan op het andere, maar die zelfreflectie heeft hopelijk toch een en ander in beweging gezet. Mede dankzij de steun en goodwill van de federaties, vervroegde inning van de bijdragen, een renteloze lening bij de VSF, kregen we de dringende cashflow problemen vrij snel onder controle. Voor de rest kwam het er vooral op aan om via een zuinig beleid de financiën zo snel mogelijk gezond te maken. Ik denk dat dit aardig gelukt is, meer nog, voor de gemiddelde schaker zijn de pijnlijke gevolgen van de crisis al bij al relatief beperkt gebleven. Er kwam geen drastische ‘crisisbelasting’ en de bezuinigingen troffen in eerste instantie de internationale uitzendingen. We hebben er alles aan gedaan om onze belangrijkste nationale evenementen (interclubs, BK en BJK) niet in waarde te laten devalueren. Gezien de precaire kastoestand was en is dat allesbehalve evident, maar je moet al van slechte wil zijn om de kwaliteit en het succes van diverse recente kampioenschappen in vraag te stellen. De directe verdienste daarvoor ligt vooral bij de organisatoren en in mindere mate bij de KBSB, die vooral de goede gang van zaken moet faciliteren en stimuleren.”
SF: Toch gaf je daarnet aan net gestopt te zijn door ondermeer het gebrek aan vertrouwen tussen de bestuurslui?
Ghysels: “Dat is het hem net. Ik vind het zo jammer dat we in ons schaaklandje zo snel klaar staan met de hakbijl en zo weinig gebruik maken van het potentieel en de goede wil die er is. En die is er effectief, de aanwezigheid daarvan hebben alle betrokken instanties bewezen tijdens die crisis. Maar op deze hakbijl-manier verzanden goedlopende initiatieven, raken mensen gedemotiveerd en blijven we ter plaatse draaien in onze kleine twisten. Wat een verlies aan energie en toekomstperspectieven! Een beetje meer vertrouwen in de ander, onszelf en de goede zaak zou al een wereld van verschil uitmaken.”
SF: Een mooie kerstboodschap. Bedankt voor het interview!

  1. brabo
    brabo18-12-2011

    Het blokkeringsmechanisme vind ik op zich een goede zaak. Er zijn wel degelijk enkele belangrijke verschillen tussen de taalgemeenschappen. Een voorbeeldje: Als je kijkt in 1ste afdeling dan is er een duidelijk verschil qua werking in de Vlaamse t.o.v. de meeste Waalse of Duitstalige clubs. Ik bedoel uiteraard het gebruik van professionals die een andere regelgeving ambiëren dan amateurs.

    Nu, het is wel correct om te stellen dat het blokkeringsmechanisme te vaak wordt toegepast dus in situaties die niets met verschillen tussen taalgemeenschappen te maken hebben. Ik denk dat dit gemakkelijk kan opgelost worden door intern per gemeenschap eerst apart te stemmen over het blokkeringsmechanisme te gebruiken of niet. Je kan bijvoorbeeld het veto gebruiken bij een gemeenschap als er intern 1/3 hierom vraagt. Ik veronderstel dat er wel wat mensen anders zullen stemmen betreffende het vetogebruik t.o.v. een nieuw reglement in vergelijking met de eigenlijke stemming van het reglement. Waarom wordt deze veto-aanpassing niet gewoon voorgesteld om de werking te optimaliseren? Ik zie geen goede reden om dit intern niet goed te keuren daar geen enkele gemeenschap enige soevereiniteit moet afgeven.

  2. Yen
    Yen19-12-2011

    Uit dit en het vorige artikel leid ik toch af dat het niet zo goed vlot met de organisatie(structuur) van het schaken in België. Alle respect voor vrijwilligers, maar vaak vormen deze ook een struikelblok. Misschien tijd om aan een meer professionele structuur (cf.onze noorderburen) te denken, liefst zonder typisch Belgisch communautair gezever.

  3. brabo
    brabo19-12-2011

    Een professionele structuur kost geld en in tegenstelling met onze noorderburen is dit net wat we niet hebben. We zullen het dus nog even moeten blijven stellen met de vrijwilligers.

  4. Oscar
    Oscar19-12-2011

    De Franstalige clubs hebben praktisch geen jeugdwerking maar wel veel clubs in eerste afdeling. Bij de Nederlandstalige clubs is het praktisch net andersom. De Duitstalige clubs doen wel beide en bij hen is schaken erkend als sport. Dat alles is moeilijk te verzoenen. De voorzitter van de KBSB is nu wel opnieuw een Duitstalige. Wait and see.

  5. Ruben
    Ruben19-12-2011

    Een blokkeringsminderheid is een noodzaak voor de statuten en het budget, zodat er geen onherstelbare onevenwichten zouden ontstaan. Er is echter een grote maar. Alles wat operationeel is (hieronder valt minstens de helft van het westrijdreglement) zou niet mogen behandeld worden op de AV, laat staan dat er hiervoor een blokkeringsminderheid mag bestaan.
    Hier zit een essentieel verschil met de politiek(parlement vs. regering) en een vzw (AV en bestuur). Een AV komt slechts eenmaal per jaar bijeen, een parlement op een bijna continue basis.
    Zoals Chris het zegt was er in het verleden een fundamenteel wantrouwen tussen de taalgemeenschappen. Teveel mensen op de AV zitten nog altijd in dit voorbijgestreefd denkpatroon en hebben liever een eigen slechte oplossing dan de oplossing van anderen, onafhankelijk of die goed of slecht is.
    Als ex-bestuurders begrijp ik de beslissing van Chris en kan ik enkel bevestigen dat er talrijke voorbeelden waren dat het bestuur noodzakelijke beslissingen niet kon nemen omdat ze indruisden tegen een onaangepast regeltje uit het wedstrijdreglement.

  6. Luc Oosterlinck
    Luc Oosterlinck24-12-2011

    Dag Chris, als ik jou leren kennen hebt, als liga secretaris, was je voor mij een voorbeeld, mijn eerste woorden tot het ligabestuur nadat ik verkozen was tegen jou, beschermd me als ik de macht krijgt en er misbruik van maakt tegen onze leden. Bedankt Chris dat je deze woorden altijd toegepast hebt.

Geef een reactie