“De jeugd moet de moeilijke weg kiezen”

HugoHugo Van Steenwinckel is al 25 jaar bezig met jeugdschaak in zijn club Humbeek en in Vlaanderen: weinigen hebben zoveel ervaring en kennis van het wereldje, maar weinigen zijn/waren ook zo gecontesteerd. Wij praatten met Hugo over de evolutie van het jeugdschaak, over het verschil tussen Wallonië en Vlaanderen, over de nieuwe jeugdtalenten Ringoir, Nijs en Beukema en over zijn drijfveren. Kom alles te weten over het jeugdschaak in Vlaanderen…

Hugo is een opvallende figuur. Zijn lange grijze baard en zijn typerende staartje gaan niet onopgemerkt voorbij. Uitleggen wie hij is, kunnen we moeilijk want we kennen hem niet goed genoeg, maar de volgende anecdote uit zijn leven is misschien een mooie illustratie.

Hugo werkt al jaren bij de post. Op een normale zomerdag trok Hugo met zijn normale krant naar het toilet op zijn werk. Zoals iedere mens met een krant wel eens pleegt te doen, duurde dat wat langer dan gewoonlijk. Toen Hugo met krant onder de arm het toilet uitkwam, was iedereen in het postkantoor verdwenen. Hugo keek in het rond en zag plots een horde politiewagens voor het postkantoor staan. “Blijven staan” was de opdracht toen een collega de politieman ervan overtuigde dat de baardige man er wel degelijk werkte en geen crimineel was. Wat was er gebeurd? Zijn postkantoor was overvallen, maar Hugo had er niets van gemerkt, want hij zat op het toilet de krant te lezen…

Nadat we smakelijk nalachen over dit toch wel onwaarschijnlijke verhaal, komen we tot “the real thing”: het jeugdschaak. Weinigen zitten zo lang in het métier als Hugo. 9 jaar geleden organiseerde hij het BK jeugd voor de eerste keer in de Kinkhoorn in Oostende. Nu zit het daar nog steeds op die prima locatie. Ter duiding: Hugo zit niet meer in de organisatie, want hij begeleidt nu de Humbeekse jeugd. Die organisatie wordt wel door ondermeer Peter Van Praet, Jan Vanhercke, Rudy Valcke, Tom Piceu, enz. gedaan (en op uitstekende wijze, mogen wij toch wel stellen). Het is wel correct te zeggen dat het fundament gelegd is door Hugo.

Toch is hij geen onbesproken figuur. Vroeger werd hij niet altijd op handen gedragen en kreeg hij dikwijls veel kritiek omdat hij niet diplomatisch genoeg zou zijn.

“En ik vrees dat dat nog altijd niet het geval is (lacht). Het is wel verbeterd met het ouder worden, maar dat beestje gaat er niet uit.”
Een tiental jaren geleden organiseerde jij hier in de Kinkhoorn al eens een succesvol Belgisch kampioenschap, maar toen was het succes niet zo onverdeeld als nu omdat je kritiek kreeg van de VSF en de Belgische bond. Zijn die problemen nu van de baan?
“Ik durf te zeggen van wel ja. Nu gaat het er veel volwassener aan toe. Er zijn uiteraard nog wel meningsverschillen, maar de echte problemen zijn van de baan. Ik werk prima samen met “de officiële instanties” op het ogenblik. Ik denk trouwens dat dat komt door de verandering van het huidige schaakklimaat. Vroeger, toen ik begon, was het toch meer clubgericht: Ieder speelde en werkte voor zijn eigen club, wat leidde tot meer conflictjes, maar dat is nu anders. Het is meer een grote vriendenkring geworden.”
En hoe komt dat?
“Ik denk dat dat aan 2 zaken ligt. Ten eerste door de georganiseerde trainingen voor de topjeugd. Ik heb dat mee op poten gezet enkele jaren geleden. Onze topjeugd kon in Strombeek komen trainen met vermaarde leraars als Rob Brunia en Cor Van Wijgerden. Daar kwamen spelers van verschillende clubs samen en die leerden elkaar kennen. Ten tweede door de toegenomen interesse in internationale tornooien. Vorig jaar zijn we met maar liefst 80 (!) Belgische jongeren naar de Nederlandse jeugdkampioenschappen getrokken. Wij logeerden daar allemaal bij elkaar in een Bungalowpark. Op zulke internationale tornooien leer je elkaar dan kennen en ontstaat er een groepsgeest.”
Dan kunnen we tot de kern van de zaak komen: hoe gaat het met ons jeugdschaak denk je?
“Goed, denk ik, kijken we naar de hoeveelheid spelers, dan kan je niet anders dan stellen dat er een grote vooruitgang is. Toen ik begon waren er 3 reeksen, de -13, -16 en -20. Nu heb je een -10, -12, -14, -16, -18, -20 én een elitereeks en al die reeksen zitten goed vol. Dus de hoeveelheid jeugdspelers is opmerkelijk gestegen…
En de kwaliteit. Spelen ze beter dan vroeger?
“Ik ben ervan overtuigd ja. 15 jaar geleden heeft de invoering van de stappenmethode in ons land echt wel gouden resultaten gehaald. Clubs begonnen die trainingen te organiseren en er onstonden structuren waarin je opgeleid werd, terwijl er daarvoor enkel jeugdschaak was, zonder invulling te geven aan die naam. De volgende stap waren de lessen voor de topjeugd in Strombeek, waar ik het daarnet al over had. Ondermeer Bart Michiels heeft daar het begin van zijn carrière gekend, dus er zijn resultaten. En nu is de opleiding waanzinnig verbeterd. Elke club of provincie heeft een begeleider mee van een erg degelijk niveau. Dat was vroeger ondenkbaar. Het is allemaal professioneler georganiseerd.”
En je hebt de jeugdcriteria
“Ja, uiteraard, daar ben ik verantwoordelijk voor. Ik verwijs opnieuw naar 15 jaar terug, toen er 3 tornooien waren: Mortsel, Hoboken en Humbeek. Nu zijn er al 12 tornooien en er zijn steeds meer clubs die erbij komen. We hebben momenteel opnieuw 2 aanvragen lopen. Dat draait dus ook prima en geeft een structuur waarin onze jongeren kunnen spelen. Die tornooien zijn ook ingedeeld per leeftijdscategorie. Dat zorgt ervoor dat de hele goede spelers ook altijd hoger kunnen spelen als hun reeks “te licht” is voor hun niveau.”

Van BK Jeugd

Maar alles kan beter. Wat zijn de voornaamste problemen?
“Wel, er zijn enkele dingen, maar de hoofdzaak is toch dat je afhankelijk blijft van vrijwilligers. Schakers zijn volgens mij in se vrij egoïstische sportmensen en eigenlijk moeten ze dus hun eigen carrière opgeven om begeleiding en dergelijke te doen. Dat is geen simpele stap. Werken met vrijwilligers is noodzakelijk, maar dus heel moeilijk. Ten eerste om ze te vinden en ten tweede om te zorgen dat er geen conflicten ontstaan.”
Moeten we dan toch echt professioneel worden, zoals in Nederland?
“Goh, ik denk niet dat we zoveel achterstaan op Nederland. Als je naar de -10 jarigen kijkt, denk ik bijvoorbeeld niet dat we echt moeten onderdoen, maar zij hebben een veel grotere basis. Ze zijn gewoon met veel meer.”
Maar je kan er toch niet omheen dat zij vele GM’s kweken en dat lukt bij ons voorlopig niet.
“Nee, dat klopt, zij hebben op dat vlak ook de meeval dat enkele topspelers daar bereid zijn te investeren in opleiding. Ik denk aan een Thomas Willemze die zelf een uitstekend speler is, maar zijn jeugd ook opleidt om beter te worden. En dat zal op termijn hier ook wel gebeuren, want je ziet nu al dat vele jeugdspelers individueel begeleid worden door topspelers, en met resultaat.”
Is er niet gewoon minder talent in België?
“Dat geloof ik niet. Overal is er talent, je moet het er alleen uithalen en dàt is het moeilijkste.”
Over dat talent gesproken. Wie moeten we in België in het oog houden?
“Wel, ik denk dat Nils Nijs uiteraard een toptalent is. Ik vind het prachtig dat hij als -14-jarige meespeelt in de elitereeks en daar hoegenaamd niet afgaat. Voorts zou ik ook letten op Stefaan Beukema en Nathan Guldentops, 2 spelers die bij de -12 en -10 het mooie weer maken. Ook de opkomst van Glenn Deschampeleire vind ik opmerkelijk. Die jongen schaakt maar pas, maar speelt al wel vele tornooien plat. Alleen denk ik dat hij misschien te laat is begonnen. Nu, sowieso, die jongeren zijn er nog niet he. Ze moeten willen verdergaan, willen werken en studeren. De moeilijke weg kiezen en geen confrontaties uit de weg gaan. Met die weg kom je volgens mij het verst.”

Van BK Jeugd

Laten we het eens hebben over dit Belgische Kampioenschap. Dat lijkt een mooi succes te worden…
“Zonder twijfel. Nog nooit hadden we zoveel deelnemers. Het zijn er nu zo’n 270 in het totaal. Dat is een enorm aantal.
Inderdaad, maar er valt ook iets anders op. Van die 270 namen zijn er ongeveer 200 Vlaming…
“Mja, dat is zo. Ik denk inderdaad dat er een verschil is tussen Wallonië en Vlaanderen. Zonder met de vinger te willen wijzen naar Wallonië denk ik dat Vlaanderen iets beter is georganiseerd. Wallonië heeft ook een criterium, maar zonder categorieën en met in het totaal een 40 deelnemers. Dan staan wij toch verder.”
Ook interessant is die elitereeks, die er nu enkele jaren is. Dat is een leuk gegeven, he?
“Absoluut. En het niveau van die elitereeks staat er nu ook. In het begin ervan wilde iedere federatie zijn eigen afgevaardigden hebben, maar nu zijn we het eens geworden dat je zo niet het sterkste kampioenschap krijgt. Iedere federatie stuurt dus 1 kampioen en de rest wordt toegelaten op elo. Dat maakt het geheel erg spannend. Ik zou niet durven zeggen wie dit jaar de elite wint. Ze zijn allemaal favoriet.” (Op het moment dat het interview werd afgenomen, was het tornooi nog bezig, red.).
Is het jammer dat Thibaut Maenhout er niet bij is?
“Bwa, neen. Thibaut heeft het al gewonnen en bewezen. Hij is die fase voorbij en is aan het streven om een IM-titel te halen. Zijn normen heeft hij al (of toch bijna), maar de Elo moet nog stijgen. Dan is dit tornooi gewoon iets wat hem geen enkel voordeel biedt. Hij kan hier niets meer komen zoeken.”
Gelukkig  maar, want nu verzorgde hij onze verslaggeving ter plaatse en daar zijn wij maar wat blij om. Een andere naam die er wel iets kan komen doen is Tanguy Ringoir.
“Dat vind ik een heel jammere zaak, dat hij er niet bij is. (twijfelt) Ik denk dat zijn aanpak niet volledig juist is. Hij haalt veel elo door in het buitenland tegen volwassenen te spelen, maar dat is geen garantie. Volwassenen onderschatten je en het is sowieso anders dan een jeugdtornooi. Ik vind dat hij zich ook eens moet bewijzen in een Belgisch jeugdkampioenschap, dat hij zegt “Ik ben de beste” en dat hier ook toont. Jeugdtornooien zijn een moeilijke opgave, moeilijker dan vele tornooien waar hij in speelt, omdat hij geen underdog is maar wel favoriet, maar hij mag die moeilijke weg niet negeren. Momenteel speelt hij iets te veel voor zijn Elo, vind ik.”

Van BK Jeugd

Hugo, jij doet dat nu al 25 jaar. Om het op zijn Paul Jambers te stellen: Wat drijft jou?
“Haaa, het is een microbe. Het is een plezier om te doen en het doet nog meer plezier om die jonge gastjes plezier te geven.”
Is het niet demotiverend dat vele goede jeugdspelers stoppen of vroegtijdig vertrekken?
“Kijk, als je jeugdschaak doet, moet je heel veel geduld hebben. Je moet in termijnen van 10 jaar denken. Pas na 10 jaar zal je enig resultaat zien. Akkoord, het is niet prettig om te zien hoe bijvoorbeeld jeugdtalenten als een Birger Schrevens (Een van de toppers een 7-tal jaren geleden, red.) stoppen met schaken, maar dat hoort erbij. Dat is in andere sporten ook zo. Er komen nieuwe talenten, je moet gewoon geduld hebben. En een beetje gek zijn helpt ook altijd.”

  1. Wim
    Wim18-04-2007

    “Schakers zijn volgens mij in se vrij egoïstische sportmensen en eigenlijk moeten ze dus hun eigen carrière opgeven om begeleiding en dergelijke te doen.”

    Ik denk dat de meeste schakers te graag spelen om alleen maar te begeleiden. De meeste Belgen hebben niet echt een “carrière”.

Geef een reactie