Ivan Sokolov: Winning Chess Middlegames

Sokolov boekDankzij de samenwerking met New In Chess pakt Schaakfabriek vanaf heden geregeld uit met recensies. Ongeveer maandelijks (afhankelijk van de boeken) kiest onze redactie een boek uit dat in onze ogen zeker de moeite loont. Ivan Sokolov’s nieuwste spruit bijt de spits af.

“Heeft u zich ooit afgevraagd waarom grootmeesters maar enkele seconden nodig hebben om te zien wat er zich echt afspeelt in een stelling?” Met deze teaser opent de achterflap van Ivan’s Sokolov “Winning Chess Middlegames”. Geen domme vraag, maar krijgen we ook een antwoord?…

De ziel van de stelling

De ondertitel van “Winning Chess Middlegames” vat de inhoud van het boek beter samen: “An essential guide to pawn structures”. Want dàt is het onderwerp van dit boek. Niet zomaar pionnenstructuren trouwens, maar wel pionnenstructuren die voortkomen uit de populairste zet uit ons schaakspel: 1.d4.

Een eerste vraag die we ons stelden toen we het boek in de brievenbus kregen, was eenvoudig: “Waarom zou ik een boek kopen over pionnenstructuren?” Er zijn immers al bekende en zelfs wereldvermaarde boeken over dat thema gepubliceerd. Denk maar aan de klassieker “Pawn Power” van Hans Kmoch of de bewerking van Alexander Baburin (Winning Pawn Structures). Zelfs de bijbel van ons spelletje, Mein System van Nimzowitch, bevat enkele rake passages over de kleine soldaten.

Toch prikkelde een eerste blik onze zenuwen. Een eerste reden is de auteur van dit boek. Wij waren danig onder de indruk van de live-commentaar die Sokolov gaf tijdens het toernooi in Wijk Aan Zee. Droog, maar schaaktechnisch absoluut top. Sokolov bezit de gave om de kern van een stelling in enkele minuten uit te leggen. Gelukkig is hij zich bewust van deze troef en probeert het volop uit te buiten. “Ik heb geprobeerd om, zo goed mogelijk, de typische plannen uit te leggen met een duidelijke uitleg, en de ideëen van de gespeelde openingen hierin te verwerken”, legt hij in zijn inleiding uit.

Een tweede reden is de uitwerking van de thema’s. Sokolov vindt natuurlijk het warm water niet uit en behandelt de typische onderwerpen: dubbele pionnen, geïsoleerde pionnen, hangende pionnen en een pionnenmeerderheid in het centrum. Hierbij linkt de Nederlander bekende theorie aan erg recente partijen, zoals dit voorbeeld uit Ivanchuk-Aronian. Deze partij werd in 2007 gespeeld in Linares.

Ivanchuk-AronianAronian heeft zonet 16… Txc5 gespeeld. Een goede keuze volgens Sokolov: “Opteren voor de hangende pionnen na 16…bxc5? is niet goed, omdat wit dat centrum kan ondermijnen met 17. b4! c4 18. Pd4 en deze pionnenstructuur geeft wit een enorm voordeel,” legt Sokolov uit. Met Txc5 koos Aronian voor een structuur met een geïsoleerde d-pion, want niet noodzakelijk zo erg is. Als de torens worden geruild, is het waarschijnlijk remise. “17. Tcc1!! Een prachtige zet om de torens op het bord te houden. De c-lijn is eigenlijk niet zo belangrijk in deze stelling, zoals het vervolg van de partij uitwijst. 17… Tfc8 18. Td1 Tc2 19. Lb5! een belangrijk tempo 19… Pf8 20. Tab1 Tc2c7 21. La4 …”

Een nu al klassiek voorbeeld dat zo door de oude meesters kon gespeeld zijn. In dit voorbeeld is het niet zozeer de verdienste van Sokolov dat het instructief is, maar wel van Ivanchuk zelf. Sokolov kiest echter niet alleen voor vanzelfsprekende voorbeelden. Hij graaft dieper en geeft in elke partij de eigenheid van de stelling weer. Een goed voorbeeld is de uitleg bij een van zijn eigen partijen, die tegen David Howell van 2 jaar geleden. Tijdens de erg uitvoerige analyse behandelt hij een variant die hij ooit tegen Krasenkow op het bord hoopte te krijgen.

SokolovWe zitten in een Grunfeld en Zwart heeft zonet 18…e5 gespeeld. “Een zet in de geest van de stelling. Dit plan is positioneel gezond hier en vertraagt wit’s spel. Bovendien heeft zwart een extra plus: het paard op c4 dat bijna zijn ideale plaats heeft bereikt: het veld d6. Een nadeel voor zwart is dat zijn koningsstelling zwak kan worden. Na 19 Pf3 had ik De7 verwacht. Het idee van De7 is om de pion op e5 te dekken zodat het paard naar d6 kan springen. Als het paard daar komt, denk ik dat het meer waard is dan de loper op d3. Bovendien denk ik ook dat als wit het eindspel dame+paard tegen dame+loper kan bereiken in deze structuur, hij beter staat. Dame en paard werken prima samen in de aanval. Daarom had ik hier 20. Lxc4 voorbereid.

SokolovEnkele zetten later is de volgende stelling bereikt. Sokolov legt uit: “Dit was het type stelling dat ik wilde bereiken. De d5-pion van wit is sterk, goed verdedigd en moeilijk te blokkeren. In plaats van een sterk paard op d6 heeft zwart immers een ‘lousy’ loper die niet nuttig is als blokkadestuk. Voorts heeft zwart een zwakke pionnenstructuur. Als de f6 pion verplaatst, is de e5-pion zwak én staat de zwarte koning in de wind. Het paard en de dame vormen een dodelijk aanvalsduo. Mijn analyse ging verder met 29. g4! om g5 te spelen en zo e5 te verzwakken.”

De analyse gaat nog een stuk verder en is een goed voorbeeld van moderne voorbereiding: een combinatie van inzicht en concrete varianten. We zouden nog een arsenaal aan voorbeelden kunnen geven, maar dat zou ons te ver leiden en zou de auteur van dit boek ook niet zo fijn vinden.

Is alles rozegeur en maneschijn in de pionnenwereld van Sokolov? Dat nu ook weer niet. Het boek behandelt enkel pionnenstructuren die uit 1.d4 komen en is dus voornamelijk boeiend voor d4-spelers. Sommige voorbeelden die Sokolov aanhaalt, zijn bekende klassiekers. Zo vind je van de partij Fischer-Spassky uit 1972 in veel boeken soortgelijke analyses (bijvoorbeeld in “De Kunst van de Analyse” van Jan Timman).

Niet altijd vernieuwend of origineel dus, maar meestal bieden de analyses simpelweg een knappe en diepgravende uitleg van schaakplanning. Sokolov slaagt er moeiteloos in om zijn twee ambities uit de inleiding waar te maken. Dat zorgt ervoor dat “Winning Chess Middlegames” een aanrader is, voor iedereen die wil snoepen van de ideëen achter openingen en diens structuren. Helder uitgelegd, goed gepresenteerd en soms een openbaring voor de betere clubspelers (ongeveer vanaf 2000 elopunten).

Het boek is verkrijgbaar in de NIC-shop.

  1. Arno
    Arno11-03-2009

    Elke maand een nieuw boek bespreken, dat is een leuke extra!

    Ik denk wel dat een ‘afrondende score’ van het boek er nog bij kan.

    Arno

  2. Der Alte
    Der Alte11-03-2009

    Ongetwijfeld een zeer leerzaam boek voor d4-spelers, mmar jammer genoeg niet compleet. Ik mis bijvoorbeeld een hoofdstuk over de minoriteitsaanval in de ruilvariant van het Damegambiet.Of komt er een vervolg?

  3. Mrxjn
    Mrxjn11-03-2009

    is het niet ‘Pawn Power’ van Hans Kmoch en ‘Winning pawn structures’ van Baburin ? Ik denk niet dat de 2 iets met elkaar te maken hebben.

    Winning pawn structures is een must have. Een boek over de geïsoleerde damepion (IQP) en alle plannen die je hebt om aan te vallen, en altijd spectaculair 🙂 zo zie je ook eens dat een geïsoleerde pion helemaal geen nadeel hoeft te zijn.

  4. Jan Lagrain
    Jan Lagrain11-03-2009

    Ow, titels waren vergissing (ik heb ze beiden liggen :-)). Baburin’s boek is wel gebaseerd op het boek van Kmoch, maar het is zeker niet hetzelfde.

    @Alte: ik denk niet dat er een vervolg komt. Ik denk ook niet dat het Sokolov’s bedoeling is om alles voor de d4-speler te behandelen. Het is geen openingsboek.

  5. Ruben
    Ruben12-03-2009

    Leuke combinatie: schaakfabriek heeft nieuwe sponsering en wij, de lezers, kunnen nu ook genieten van een maandelijkse recensie.

  6. Jan van Mechelen
    Jan van Mechelen12-03-2009

    Een prachtig boek: leerzaam, mooie partijen!

Geef een reactie