Grooten: “Leer tactiek, geen openingen”

lessenWijk Aan Zee, iedere schaker droomt ervan op een van die topborden te kunnen spelen. Voor onze landgenoten voorlopig een droom, maar we hopen allemaal dat de toekomst beterschap biedt en de toekomst, dat is de jeugd. Twee weken geleden kwamen Herman Grooten en Petra Schuurman naar Bergen Op Zoom om een trainingssessie te geven voor 24 jeugdspelers. Een ideaal moment om Herman Grooten eens aan te tand te voelen. We hebben het over onze talenten (“die zijn er zeker”), wat er goed gaat, wat er volgens hem beter kan (“Ik vind dat er momenteel nog geen echte lange termijnvisie is”) en wat de invloed van de Spaanse tennisacademie heeft gehad op het schaken in Nederland (que?). En voor de jeugdspelers geeft hij nog wat wijze raad mee…

Al jaren probeert men in België trainingen te organiseren voor onze betere (en mindere) jeugdspelers. Vroeger waren er de lessen van Rob Brunia, Marc Dvoretsky en David Lhobanidze in Strombeek (georganiseerd VSF olv toenmalig jeugdleider Hugo Van Steenwinckel), de provincies organiseren jeugdsessies (in Oost-Vlaanderen met Vanderstricht, in Limburg met Hovhanisian, dit zijn maar enkele voorbeelden) enkele weken geleden haalde Promotie Jeugdschaak Vlaanderen de Nederlandse trainers Herman Grooten en Petra Schuurman naar Bergen Op Zoom. In 2 loodzware sessies die in feite een volle werkdag in beslag namen werd een select groepje jeugdspelers (2 groepen van 6 Belgen en 6 Nederlanders) ingewijd in het kwaliteitsoffer, want dat was het thema dat centraal stond en als rode draad gebruikt werd doorheen een variëteit aan andere thema’s.

Herman Grooten is een prominent figuur in de Nederlandse schaakwereld. Hij was topsportcoördinator en is al jaren bezig met het werk dat Cor Van Wijgerden startte op te volgen. Een ideaal moment dus om deze Nederlandse autoriteit even naar zijn visie te vragen. Zijn we goed bezig? Wat kan er beter? Hoe ziet hij de organisatie van jeugdschaak? En bovenal, gaat het echt veel beter met onze jeugd, zoals we tegenwoordig denken, of is dat een illusie, hoe ziet deze Nederlander ons jeugdschaak?

Grooten: Geen illusie, ik denk dat er zeker talent zit en het ontwikkelt zich steeds beter bij jullie, maar je moet het er sowieso uithalen en dat is nu eenmaal niet zo simpel. Want naast talent is motivatie volgens mij een enorm belangrijk aspect. Als de speler niet gemotiveerd is, zal hij er niet komen. Hij moet willen werken aan zijn spel en er tijd insteken.
SF: Dat brengt ons meteen bij een van mijn eerste vragen over zo’n jeugdweekend. Steeds meer jeugdspelers worden persoonlijk begeleid en werken dagelijks aan hun spel. Wat is de waarde van zo’n weekend?
Grooten: Goede vraag. Eerst en vooral wil ik zeggen dat de persoonlijke begeleiding uiteraard een prima methode is. Je kan het meeste bereiken als je 1 op 1 mensen kan begeleiden. Maar er zijn ook nadelen. Ten eerste ben je volledig afhankelijk van de manier waarop je trainer het doet. Nogal dikwijls worden dan sterke grootmeesters ingehuurd, die heel goed kunnen schaken maar die soms geen enkel didatisch inzicht hebben, laat staan dat ze een leerplan volgen met een visie op de lange termijn.

Grooten aan het werkTen tweede, en dàt is voor mij het grote nut van zo’n weekend, is er het sociale aspect. Het is gewoon leerzaam om samen met anderen te werken rond wat je graag doet. Je kan een algemeen onderwerp goed uitdiepen. Plus het is heel erg fijn. Je zag op dit weekend dat de deelnemers heel veel lol met elkaar maakten. Want puur qua rendement kan je je inderdaad vragen stellen: het was een weekend en de eerste dag gaat alles prima, maar de tweede dag zijn die jongens en meisjes moe, want ze hebben plezier gemaakt. Hun concentratie is weg en het inhoudelijke rendement zakt. Maar dat is dan niet zo belangrijk. Op zo’n weekend leren ze hoe ze zelf aan hun spel kunnen werken én ze hebben veel plezier.
SF: Toch zal persoonlijke begeleiding ook nodig zijn, vermoed ik…
Grooten: Zeker. Ik ben absolute voorstander van een combinatie van de twee en met de voorwaarde dat de trainers opgeleid worden en dat het didactisch verantwoord is. Je zal veel spelers zien die veel tijd in hun spel steken, maar omdat ze fout worden begeleid, komt het rendement er maar niet. Dat is doodjammer.
SF: En hoe los je zoiets op volgens jou?
Grooten: Ik heb het er al eens over gehad met Rudi Valcke en Hugo Van Steenwinckel vroeger. Ik vind dat er eigenlijk in België nog een beetje een lange termijn-visie ontbreekt.
SF: Leg uit…
Grooten: Wel, er is nog geen structureel kader voor jeugdopleiding in jullie land. Men is er aan bezig en het gaat zeker de goede richting uit, maar het kan nog beter denk ik. Je bent natuurlijk afhankelijk van bepaalde zaken, zoals geld en subsidies, maar het idee zou moeten zijn dat we een opleiding maken over heel België voor alle trainers van bepaalde regio’s.
SF: Oh, je zou dus niet de spelers, maar wel de trainers opleiden?
Grooten: Precies. Alle trainers zouden eenzelfde doel voor ogen moeten hebben en duidelijk weten wat ze doen. Ze hebben een leerplan en volgen een structuur die hen aangeleerd is. Zo zal iedere trainer, waar dan ook, altijd garant staan voor een bepaald niveau en alle jeugdspelers zullen toch ongeveer, het is nooit helemaal perfect natuurlijk, dezelfde kansen krijgen wat niveau betreft. Ik zou dus een kader aanraden waarin wordt gekeken naar de opleiding van trainers. Die trainers “verspreiden” zich dan over het land en kunnen elk bepaalde regio’s bedekken. In Nederland hebben we dat ook zo gedaan. Herman GrootenVroeger was ik topsportcoördinator voor de Nederlandse Schaakbond. Alles gebeurde toen vanuit het bondsbureau in Haarlem. In Utrecht werden zo’n 80 kinderen getraind, centraal, maar dat is men gaan decentraliseren. Dat is een begin, maar nu hebben ze die functie opgesplitst. Een bepaald moment keken we naar de Spaanse tennisbond. Het wilde maar niet lukken met die Spaanse tennissers. Toen besloot men het directe even links te laten liggen en investeerde men 2 jaar in het ontwikkelen van een structuur in Spanje en dat heeft gewerkt: Nu komt talent na talent naar voren. In Nederland probeerden we dat ook te doen: Nederland kreeg 5 servicepunten, verdeeld per regio en elk servicepunt kreeg een organisator die zorgde voor een structuur. Leraars konden daar stage lopen bij hun kadercursus. Het gevolg was dat veel meer leraars en leerlingen kwamen schaken, want het werd hen aangeboden op een degelijke manier. Nu, dit is als idee heel erg goed, de praktijk is altijd weerbarstiger. Ook in Nederland is het nog lang niet ideaal hoor. Ik heb mijn mening, maar niet iedereen is het daarmee eens.
SF: Is die aanpak volgens jou de basis van het succes dat Nederlandse schakers hebben ten opzichte van Belgische schakers?
Grooten: Nou, zo simpel is het natuurlijk niet. Ik neem het voorbeeld van Cor Van Wijgerden. Hij heeft heel die visie zowat ontwikkeld en heeft er ook resultaat mee geboekt. Hij ontwikkelde zijn stappenmethode, maar toch ging niet iedereen daar even goed mee om. Niet iedereen snapte hoe je die moest overbrengen en Cor natuurlijk wel. Daarom moeten die leraars ook opgeleid worden om dat te geven en te volgen. Nu, om terug te komen op je vraag. Van Wijgerden had vanaf het begin Smeets en later Stellwagen onder zijn hoede. Dat zijn allebei uitstekende grootmeesters geworden. Het feit dat Van Wijgerden als trainer die dingen kon overbrengen, is belangrijk. Maar natuurlijk spelen ook andere dingen een rol: geld bijvoorbeeld. Smeets en Stellwagen vielen onder het Lost Boysproject. Zij kregen de financiële middelen om tornooien te spelen en sterke trainers te betalen. Dat heb je ook nodig.
SF: Wij hebben wel enkele goede spelers, maar spelers van het niveau van Smeets en Stellwagen zijn zeldzaam tot onbestaande bij ons, toch?
Grooten: Mja, maar ik denk dat iemand als Bart Michiels dat ook wel had kunnen halen, als hij er wat harder aan getrokken zou hebben. Maar zoals al gezegd, het is duur en het geld moet er zijn en Bart heeft zelf natuurlijk gewoon voor zijn studies gekozen, waar niets op tegen is, integendeel. Jan Smeets is nu trouwens ook aan het studeren. Hij heeft daarvoor wel een vol jaar alleen maar geschaakt. Dat is een enorm verschil. Ik denk dat talent overal zit, je moet het alleen vinden en kweken.

SF: Laten we het eens hebben over de inhoud. Stel dat we die talenten vinden, hoe moeten we ze kweken om het met een lelijk woord te zeggen?
Grooten: Je moet ze stap per stap aanpakken. Ik wil graag de nadruk leggen op een fout die velen maken en dat is openingen leren. De jonge schaker die nog volop in zijn leerproces zit raad ik aan om geen openingen te leren. Ze moeten bijvoorbeeld iets spelen als het Evans Gambiet zonder het te kennen en ze moeten zelf zoeken naar manieren om er rendement uit te halen. Tactiek is waanzinnig belangrijk en dat wordt te veel genegeerd.
SF: Toch doen veel jonge spelers dat, openingen leren, zeker als ze zelf werken. Waarom denk je?
WerkenGrooten: Volgens mij is dat simpel. Openingen zijn bevattelijk. Je hebt boeken, databases enzovoort. Je kan er eindeloos veel tijd in steken en het gevoel hebben dat je erg veel hebt bereikt. Maar volgens mij is het rendement bijna nul. Al die tijd hadden ze ook oefeningen kunnen maken of eindspelen kunnen bekijken en dat is veel nuttiger, want zo leer je het spelletje op zich goed kennen. Ik neem nogmaals Jan Smeets als voorbeeld. Hij is een meesterlijke tacticus. Waarom? Hij begon ten eerste met al die stappenmethodes én hij had ook nog eens een pak combinatieboekjes op zijn tafel liggen. Zijn basis is erg goed gelegd. Hij kan rekenen en hij kan schaken. Het openingen leren volgt dan vanzelf, net als het strategisch schaken, iets wat heel moeilijk is. Smeets bedacht zelf waar zijn stukken naartoe moesten en daar werd hij erg goed van.
SF: De nadruk ligt op tactiek. Waarom zou je wachten met strategie? In de stappenmethode komen toch ook vrij snel dingen als Klein Plan naar voor?
Grooten: Wel, dat klopt, maar toch maar in beperkte mate. Strategie is abstract denken, tactiek is concreet denken. Dat is het grote verschil. Tactiek is concreet en dus kan je het snel en goed leren, maar het abstracte is veel te moeilijk voor jongeren tot 13-14 jaar ofzo. Ze moeten bij wijze van spreken eerst leren tellen en daarna komt de rest.
SF: Laten we er vanuit gaan dat er heel wat jonge schakers zijn die dit interview lezen. Wat zou jij ze aanraden?
Grooten: Ik zou ze een weekschema laten opstellen waarin ze zelf een verantwoordelijkheid dragen. Ze werken zelf aan hun rendement, samen met hun trainer. En de basis van dat weekschema moet gebaseerd zijn op tactiek en analyses van de eigen partijen. Na een bepaalde periode kan daar nog eens het eindspel bijkomen, want dat is ook erg belangrijk. En vergeet die openingen, die kan je later nog leren. Leer eerst schaken, de stukken naar de goede velden zetten want daar gaat het om.

Wij hebben van Herman een viertal voorbeeldjes gekregen van oefeningen die aan bod zijn gekomen. Je kan ze hier bekijken, maar probeer de oplossingen niet meteen af te spelen.

Externe links:

  1. Dieter
    Dieter24-01-2008

    Eigenlijk gingen wij naar Nederland (Bergen op Zoom) en voor de duidelijkheid: er waren 2 groepen (elk van 6 Nederlanders en 6 Belgen dus)

  2. Adrian
    Adrian24-01-2008

    Toch wel even vermelden dat er sinds vorig jaar lessen georganiseerd worden door de Oost-Vlaamse liga. Die gegeven worden door Geert Van der Sticht (2434)(Internationaal meester) aan de jeugd +1700
    en door Brkic Bahrija (2326) aan de -1700.

    Dus aan lesreeksen geen gebrek hier.

  3. Jan Lagrain
    Jan Lagrain24-01-2008

    Klopt Adrian, ik wil aan alle lezers trouwens duidelijk maken dat die lessen gewoon een aanleiding zijn voor een interview over een visie van iemand uit het buitenland, als insteek en het gaat over jeugdschaak en opleidingen in het algemeen, niet over specifieke lessen. Gewoon ter vermelding zodat niemand zich hier tekortgedaan voelt 🙂

  4. tom vananderoye
    tom vananderoye25-01-2008

    dit soort artikelen zijn dus was Schaakfabriek de moeite maken!

  5. Adrian
    Adrian25-01-2008

    Natuurlijk!
    Het is juist interessant dergelijke artikels te zien verschijnen. Prachtig gewoon! Niets leuker dan een interview of een verslagje 🙂

    Ik wou gewoon dit gewoon even vermelden 😉

Geef een reactie